... zeker niet in het openbaar. Het lichaam was iets om te bedekken, om beschaamd over te zijn. En toch ... ergens diep vanbinnen wist ik al heel vroeg dat ik het anders voelde. Dat ik mijn lichaam niet wilde verstoppen, maar er net in vrijheid mee wilde zijn.
Ik herinner me nog levendig hoe ik op televisie toevallig een toeristisch programma zag waarin naaktrecreatie aan bod kwam. Daarin werd terloops vermeld dat er in Zeeland een naaktstrand was, voor mij net over de grens in Nederland. Het ging maar om een korte scène, maar voor mij was het een openbaring. Op dat moment wist ik het zeker: daar wilde ik zelf deel van uitmaken.
Niet veel later, tijdens de zomervakantie, trok ik ernaartoe. Alleen. Met de fiets, van Damme tot Groede. Zo’n 35 kilometer - ongeveer twee uur trappen, vol spanning en nieuwsgierigheid. Ik was jong, misschien veertien of vijftien. GSM bestond nog niet, ik had de volle vrijheid. Het was de eerste keer dat ik mijn grenzen letterlijk en figuurlijk overstak.
Toen ik aankwam op het strand, voelde ik onmiddellijk dat er een nieuwe wereld voor mij openging. Een wereld waarin het lichaam gewoon mocht zijn, zonder oordelen. Met elk kledingstuk dat ik uittrok, viel er een last van mij af. Het voelde alsof ik een stukje van mezelf herontdekte. Alsof ik thuiskwam in een deel van mijn identiteit dat tot dan toe verborgen had moeten blijven.
Ik heb die dag met niemand gepraat. Geen woorden uitgewisseld, geen contact gezocht. Maar dat hoefde ook niet. Er zijn - tussen de anderen, met mijn naakte lichaam in de zon en de wind - was genoeg. Ik voelde me voor het eerst echt vrij. Echt mezelf.
Mijn ouders hebben nooit iets geweten van mijn nudistische uitstappen. Dat deel van mijn leven hield ik verborgen, als een kostbaar geheim dat ik alleen met mezelf deelde. Maar dat eerste bezoek aan het strand in Groede markeerde een beginpunt. Van een leven met minder schaamte. Met meer aanvaarding. En met een langzaam ontwaken naar wie ik werkelijk was en ben.





